Jaarverslag 2014
De missie van
Jaap
van
Duijn

Onzinnige beweringen, statistieken en een rondje met de hond. Voor Jaap van Duijn zijn dat dé ingrediënten voor zijn wekelijkse column. “Na een half uurtje tikken staat het op papier.”

Naam: Jaap van Duijn
Leeftijd: 71
Functie: columnist
Merk: De Financiële Telegraaf

“Ik volg nog dagelijks alle beurskoersen en alles wat er in de economie gebeurt, ook al ben ik gepensioneerd. Omdat ik zelf beleg, maar ook omdat mijn wekelijkse column voor DFT me dwingt om bij te blijven. Natuurlijk kan ik afgaan op wat journalisten schrijven, maar ik weiger te leunen op iemand anders. Alles wat ik schrijf, moet feitelijk kloppen. En er wordt veel onzin beweerd, hoor. Door ministers bijvoorbeeld of werkgeversvoorzitters en journalisten. Vaak ontbreekt de relativering die de geschiedenis biedt. Lees ik iets dat niet klopt, dan wil ik dat rechtzetten in mijn column. Ik stap meestal op de racefiets of loop een rondje met de hond om na te denken over de invalshoek en woorden. Daarna typ ik een half uurtje en is het klaar.

Ik heb in mijn carrière menig slapeloze nacht gehad”

Het fijne aan werken voor De Financiële Telegraaf is dat ik met mijn columns veel lezers bereik. Laatst sprak een man me aan in de supermarkt: ‘U bent toch meneer Van Duijn? Ik lees uw stukje altijd het eerst. U schrijft de zaken zo helder op, zelfs mijn vrouw snapt het’. Ik weet niet wat het over zijn vrouw zegt, haha, maar hier doe ik het voor: de economische kennis van lezers naar een hoger plan tillen.

Bergen beklommen

Ook ik wist in het begin niet hoe de beleggingswereld in elkaar stak. Ik vergelijk het graag met mijn sportieve kant. Ik heb marathons gelopen, bergen beklommen en Elfstedentochten gereden, maar waar ik me na die eerste finish in 1986 ervaringsdeskundige kon noemen, werkt dat in de beleggingswereld heel anders. Op mijn achttiende startte ik met beleggen, met mijn eerste verdiende salaris van de bank waar ik toen werkte. Ik dacht ‘even snel iets te verdienen’, maar het liep anders: ik verloor de helft van mijn geld. Achteraf is dat het beste wat me ooit is overkomen. Het maakte me bewuster van financiële risico’s en hoe je daarmee om moet gaan. Al blijven economische ontwikkelingen onvoorspelbaar. Ik ben nu 71 en weet nog steeds niet hoe het precies werkt.

Na mijn studie economie werkte ik als hoogleraar in Delft. Daarna stapte ik over naar ‘het echte werk’: geld beheren bij Robeco. Het was verreweg de leukste, maar ook moeilijkste tijd. Ik had op den duur 24 miljard gulden onder mijn hoede, een hele verantwoordelijkheid die me enorm absorbeerde. In de tweede helft van de jaren negentig was mijn werk door de stijgende koersen een feestje. Maar toen na de aanslagen van 11 september 2001 de koersen daalden, heb ik menig slapeloze nacht gehad. Elke keer dacht ik: wanneer stopt dit? Het hield niet op. Op die momenten zit je liever niet in die situatie, maar terugblikkend ben ik blij dat ik ook die roerige tijden heb meegemaakt. Eigenlijk is het als de tocht der tochten: tijdens het schaatsen wil je alleen maar Leeuwarden halen. Na de finish volgt pas voldoening. Dat gevoel heb ik ook na complimenten in de supermarkt.”

knop omhoog